XX-large

Op atelierbezoek bij Baukje Spaltro. Het duurt even voordat de deur open gaat. Baukje moet een hele weg afleggen door het voormalige kraakpand om me binnen te laten. Ik loop even later achter haar aan, trap op trap af, door een doolhof van hallen en gangen. Om te eindigen in haar appartement waar opeens al het licht van de hemel door hoge ramen naar binnen valt. Een gezellige ruimte die in de verte nog de voorlopigheid van een voormalige krakerswoning verraadt.


Ik ben op atelierbezoek bij Baukje Spaltro om te praten over haar kunst. In galerie Beeldend Gesproken neemt ze de komende weken deel aan een expositie die “Groot Dromen” heet. Groot Dromen slaat zowel op het formaat van de geëxposeerde werken als ook op de omvang van de creatieve ambitie die de kunstenaar moet hebben gevoeld bij het beschilderen van zulke grote doeken. Maar deze grote werken komen zelden de kelder uit. Ze staan nooit in de galerie. Ze zijn moeilijk hanteerbaar en daarom is deze expositie ingericht. Om hen ook eens het daglicht te laten zien. Hun verborgen schoonheid te tonen.

Baukje is van oorsprong Italiaanse. Ze laat me in haar atelier werk zien waarvan de wortels in Italië liggen. Gemaakt naar foto’s van het interieur van haar ouderlijk huis. Een huis dat in de familie is gebleven na leeg te zijn geraakt door verhuizing en vertrek naar het buitenland.

Een huis waar ze in de vakanties naar terugkeerde. Onbewoond maar nog steeds bezield. Vol met duizend herinneringen aan een jeugd, die inmiddels ver achter haar ligt. Want ze is terecht gekomen in Amsterdam. Een afstand in tijd en plaats, maar ook in de beleving van een ver achter zich gelaten bestaan vol jeugdige dromen. En deze dromen en herinneringen vinden we terug in deze serie Via Val Di Sole, als een onderzoek naar hoe dat verleden zich tot het heden verhoudt. Kloppen de herinneringen wel met de werkelijkheid? Of heeft zij in haar doeken een nieuwe, andere werkelijkheid geschapen? Een die mooier is dan de echte?

Deze overwegingen vinden we in al het werk van Baukje terug. Alsof ze steeds bezig is met een onderzoek naar de werkelijke aard der dingen. Naar het authentieke karakter van een plek. Is de ruimte harmonisch verdeeld? Is de stedelijke bebouwing naar de maat van ons mensen gemaakt en niet in misplaatste grootheid buiten zijn krachten gegroeid?

Zo heeft Baukje ook Amsterdam onderzocht. Of de mensen er nog kunnen leven in hun buurt en niet opgeslokt dreigen te worden door grootschalige stedelijke paradepaardjes. Want naar haar overtuiging worden mensen niet door wat ze zijn bepaald maar door waar ze zijn. Buurt na buurt, en stad na stad onderzocht ze op die menselijke maat, ook in het buitenland. Ze keek in Milaan en in Turku in Finland. In Den Helder en in de Bijlmer. En binnenkort onderzoekt ze Berlijn. Ze kijkt of de architectuur wel in harmonie leeft met de mensen die erin wonen.

En soms klinkt er dan een aanklacht in het werk van Baukje door. Wanneer die harmonie verloren is geraakt. Een stil protest. Maar nog steeds in alle schoonheid, want haar esthetiek lijkt zelfs aanwezig in de verbeelding van die veelvuldige aantasting van ons leefklimaat.

Er bestaat in haar werk een volmaakte harmonie tussen de kleuren en de vormen. Ze schildert realistisch en tegelijk dromerig en abstract. Grote bellen zweven door de lucht en relativeren opeens de harde werkelijkheid, zo lijkt het. Dan weer vallen juist de openingen op, die een doorkijkje bieden in een andere werkelijkheid. Is het een betere misschien, die ze op die manier beschermt? Op weer andere doeken lijkt het omgekeerd. Ze hult de lelijke kanten van onze samenleving in een ritme van versieringen. Maar steeds zijn beiden, goed en kwaad, in schoonheid gevangen. Kleuren en vormen, ze spatten van het werk af. Ook het lelijke wordt mooi op de doeken van Baukje

Haar werk bestaat uit langdurige projecten waarin ze begint met kleine olieverven, spontaan opgezet, en zonder bijgedachten. Maar die uitgroeien tot een reeks van bij elkaar horende doeken waarin ze de plekken van een stad onder haar penseel brengt. Soms met heftige kleuren, die licht lijken te geven. Telkens is het een ode aan de ziel van een plek, die zich niet makkelijk laat verwoorden. Maar wel verbeelden. Waarbij de bepalende kleur zich als vanzelf aan dient. Puur intuïtief! Pas later kan ze de betekenis ervan begrijpen. En ze voelt een innerlijke noodzaak om dat verhaal over die tastbare wereld om ons heen in haar kunst te vertellen. Als een taak die bij uitstek voor de kunstenaar is weggelegd. Met die geschilderde beelden wil ze actie voeren. Niet met woorden.

Er valt nog veel te zeggen over het werk van Baukje. Maar voor nu is het even genoeg. Nog onder de indruk verlaat ik haar atelier en ga weer mijn weg door het doolhof van gangen. Zo beloftevol als het werk van Baukje me toescheen, zo schijnt de zon me, eenmaal buiten gekomen, tegemoet. Ach, ook een stralende zon kan niet alle ellende wegnemen. Maar het troost wel even, net als het werk van Baukje, wanneer je er voor open staat.

Kees Hordijk