Op het atelier van Marina Metaal

Deze middag ga ik op atelierbezoek bij Marina Metaal. Aanleiding is de expositie bij Beeldend Gesproken met nieuwe aanwinsten in de collectie. Daar zijn ook een paar werken van Marina bij. Als ik op haar verdieping in de Kinkerbuurt naar binnen stap, valt mijn oog direct op de tegenover liggende wand waar haar recente schilderijen hangen, ingelijst en wel.

Haar werk is me bekend en tegelijk niet helemaal vertrouwd. Alsof haar wereld vreemd voor me blijft. Deze morgen praat ik met Marina in de hoop dichter bij de inhoud van haar kunst te komen en dichter bij de achtergrond ervan. Hoe moet ik haar werk begrijpen vanuit haar eigen zieleroerselen? Hoe komt ze ertoe de vele vreemde wezens die op haar tekeningen staan afgebeeld aan ons te presenteren? Wat betekenen ze? Woorden als “weird” en “alien” komen in me op. Is dat haar innerlijke wereld?

Gedrochten die in een spookwereld leven, waar het altijd schemerig is en onheilspellend. Zombies die geen eigen bestaan lijken te hebben. Alleen nog slaafs of gedrogeerd in een collectief gebeuren zijn opgegaan. Unheimisch voelt het. Als in een boze droom waar je uit wakker wilt worden. Ik moet denken aan de wezens die de romans van Tolkien bevolken. En aan de monsters die Jeroen Bosch tevoorschijn toverde op zijn doeken. Maar toch ook Wat vind ik haar werk prachtig! De kleuren zo diep en doorwrocht, alsof je de lagen over elkaar heen ziet liggen. Zo duister en zo sfeervol, ook al is die sfeer vaak geheimzinnig.

Ze kijkt me lachend aan vanachter haar kop koffie. Nee, bij haar vermoed je geen verwrongen gestalten die haar tekeningen bevolken. Tegenover me zit een aardige, bescheiden vrouw die niet veel woorden besteedt aan het beschrijven van haar kunst. Liever spreekt ze over de weerbarstige wijze waarop de werken tot stand komen. Een langzaam proces waarin ze inktvlekken op papier laat vloeien. Hoe die vlekken haar op ideeën brengen om er daarna zelf menselijke figuren in te brengen. Eerst een autonoom proces gevolgd door een bewuste handeling. En omgekeerd. Want na de ingreep mag de inkt weer verder vloeien om even later een andere ingreep toe te laten. En soms haalt ze dan ook weer een laagje weg dat haar niet bevalt.

Na jaren ervaring heeft ze geleerd de inkt het werk te laten doen en pas later in te grijpen en er een eigen vorm aan te geven. Een houding die van bescheidenheid getuigt. Een ambachtelijke bewerking waarin door de tijd heen – Marina werkt wel meer dan een maand aan een tekening – laag na laag, een doorwrocht geheel ontstaat en waarin de gelaagdheid het verloop van tijd en inspanning verraadt. De lagen inkt geven het werk een doorschijnendheid die diepte suggereert, alsof je bij het kijken die geheimzinnige wereld binnentreedt. Zoals je in een droom ook werkelijk in een vreemde wereld terecht kunt komen.

Bij het weggaan heb ik het gevoel iets dichter bij haar werk te zijn gekomen. Het blijft een boeiende en onheilspellende wereld. De beelden ervan zijn zo indringend, dat ze me nog dagen vergezellen. Misschien wel omdat ik ze niet heb kunnen onderbrengen in een overzichtelijke en veilige wereld. En dat is misschien wel de beste kunst. Kunst die de kijker uit zijn of haar comfortzone haalt. Zonder daar op uit te zijn, lukt dat Marina Metaal goed.

Kees Hordijk