Het kleinste galerietje

Heeft u bij galerie Beeldend Gesproken wel eens dat gat in de muur gezien? Met dat zware metalen luik ervoor? Meestal staat het luik open en kijk je zo in het “kleinste galerietje”.

Waar de kunst van een van onze kunstenaars dan even woont, voor een paar maanden. Als in een verborgen kast die haar inhoud zo nu en dan prijs geeft. Een kubieke meter slechts, afgesloten door een glazen deur. Een eigen wereld die daar in stilte voort leeft. Niet lastig gevallen door het rumoer van de Passage. Niet gehinderd door de vele voorbijgangers. En toch kunst die voor even in de etalage wordt gezet. Veilig, in een besloten ruimte, maar tegelijk voor iedereen zichtbaar. Maakt dat kunst kwetsbaar? Zo ten toon gesteld te worden in de openbare ruimte?


Deze keer woont er tijdelijk het werk van H.F. van Steensel, beeldend kunstenaar en schrijver. In de muurkast hangt een houten bouwsel in de vorm van een koker of schacht die aan de voorzijde wordt afgesloten door een lila lap stof. Je kunt er dus niet in kijken. Ook is de koker met een dikke laag wit geverfd. Wat het voorstelt en wat het te betekenen heeft is op het eerste gezicht onduidelijk.

Schilderijtje te vinden boven het kleinste galerietje. werk van H.F. van Steensel

Dan valt me het kleine schilderijtje op dat links boven de kast aan de muur hangt. Je zou er gemakkelijk over heen kunnen kijken. Een klein doekje met wat verf erop. Maar evengoed met een buitengewoon ruimtelijke werking, alsof je in het klein de architectuur van de Hallen er op terugziet. Ik begin te begrijpen dat het schilderijtje bij het kunstwerk hoort dat in de kluis hangt. Een klein schilderijtje wat verdwaald is in de openbare ruimte. “Public Works” heet het dan ook. En toch hangt het daar zo bescheiden. Een kleinood voor wie er oog voor heeft. Maar wie heeft dat in deze drukke doorgangsroute vol van geroezemoes?


En dan die dik geverfde houten koker, die zijn inhoud niet prijs wil geven. De lap stof, noem het een gordijn, beschermt de kwetsbare inhoud kennelijk tegen brutale ogen. Wat zit er eigenlijk in dat houten omhulsel? Iets wat daar in stilte bij zichzelf moet kunnen blijven? Onaangeroerd door nieuwsgierige blikken? “Stil en onverstoorbaar, als zachte wonderlijke troost”, lees ik. Een plek waar je gekoesterd wordt en getroost, temidden van een luidruchtige mensenwereld. Maar misschien ook als troost voor alle drukte in jezelf? Sluiks kijk ik weer omhoog, naar het doekje verf links daarboven, alsof dat een antwoord op mijn vragen zal geven. Maar ik krijg geen antwoord. Het raadsel blijft. En mijn ogen gaan tastend heen en weer tussen de kast en het schilderijtje.


Dan opeens besef ik dat er tussen die twee een gesprek gaande is. Het kleurige doekje en de gesluierde witte koker in het galerietje. Een onderonsje in een taal die ik niet versta. Ik begrijp hun taal niet, maar hun saamhorigheid ontroert me.


De een, het doekje, zo kleurig en dapper, maar veel te klein om op te vallen in die immense ruimte. Behalve voor de oplettende bezoeker. Die vindt daar dan opeens een pareltje. Zoals je soms, boven de drukte van de stad uit, hoog boven je, een leeuwerik kunt horen zingen.


En bij de ander, de gesluierde koker, misschien wel het tegenovergestelde. Te veel bloot gesteld aan ogen die de etalage binnendringen. Want dat is het kleine galerietje toch eigenlijk. Een etalage die kijkers naar zich toe trekt. Wat kun je dan nog anders dan je verbergen voor al die opdringerige ogen? Je kwetsbaarheid verbergen achter een sluier. Pas in de stilte komt schoonheid tot haar recht. Kunst houdt niet van snelle voorbijgangers en luidruchtige straatgeluiden. Van kijkers zonder aandacht. Kunst gedijt in stilte. Een stilte waarin aandacht op kan bloeien. “Kijk mij eens” roept het schilderijtje daar hoog aan de muur en slechts een enkeling hoort haar. “Ga weg”, zegt het houten kastje, wanneer duizend ogen bij haar naar binnen dringen. En ze sluit het gordijn. Kunst wil wel gezien worden, maar is ook kwetsbaar.

                                                                                                                    Kees Hordijk